Ik voel me boos, zelfs ten einde raad. Terwijl men hier in de hoofdstad soldaatje speelt, beginnen de islamisten in Timboektoe aan het vernietigen van het cultureel patrimonium. Ik voel me nog steeds niet onveilig in Bamako maar denk nu: WIL ik hier nog blijven?
dinsdag 8 mei 2012
waarheen?
En nee, we
waren er nog niet. Vorige week maandag begonnen de schoten weer, deze keer met
doden. 20, 25, 27 … wie weet het echte aantal? Naarmate de knallen toenamen,
kelderde mijn gemoed. Wat een ontgoocheling! Dit is een straatje zonder eind
of met een bloedig eind. Zogezegd (ik sprak voorheen al over propaganda) zijn
het de rode baretten, het deel van het leger dat achter de afgetreden president
ATT stond/staat, die de groene baretten van kapitein Sanogo aanvielen. Deze laatste
beweert dat hij alles doet om de veiligheid in het land te garanderen en dat de
rode baretten, versterkt door huursoldaten,
Mali trachtten te destabiliseren. Afgelopen weekend weer veel arrestaties door de
groene baretten die de rode baretten uiteraard viseren en willen dat deze
staatsvijanden terechtgesteld worden. Of misschien vreest Sanogo vooral voor zijn eigen hoofd en is het daarom dat hij de touwtjes in handen blijft
houden. En waar is nu de transitie-regering? Deze nacht hoorde ik nog schoten maar
sinds afgelopen dinsdag zou dat vooral in de lucht zijn.
Ik voel me boos, zelfs ten einde raad. Terwijl men hier in de hoofdstad soldaatje speelt, beginnen de islamisten in Timboektoe aan het vernietigen van het cultureel patrimonium. Ik voel me nog steeds niet onveilig in Bamako maar denk nu: WIL ik hier nog blijven?
Ik voel me boos, zelfs ten einde raad. Terwijl men hier in de hoofdstad soldaatje speelt, beginnen de islamisten in Timboektoe aan het vernietigen van het cultureel patrimonium. Ik voel me nog steeds niet onveilig in Bamako maar denk nu: WIL ik hier nog blijven?
dinsdag 1 mei 2012
adolescentie
Er is nu een interim-president en dan werd ook de
eerste minister aangesteld die de voornaamste macht in handen heeft en op zijn
beurt een transitie-regering samenstelde waar de politieke klasse dan weer niet
mee akkoord ging. Dat wil zeggen zij die onder de afgezette president ATT het
land mee om zeep hielpen, dìe politieke klasse. De CEDEAO (of ECOWAS –
economische unie van West-Afrikaanse landen) besloot dan de transitie van 40
dagen te verlengen naar één jaar en droeg de militairen op terug te keren naar
hun kazernes. De ex-junta (olv Amadou Haya Sanogo voor vele Malinezen nog
steeds de held – zie foto) kan daar niet mee lachen en verwerpt beide punten.
In de krant staat dat ze hun verantwoordelijkheid zullen opnemen. Wat wil dat
dan weer zeggen? En laat ons vooral niet vergeten dat het voornaamste doel van
de transitie het bewaren van de nationale eenheid is. Met al dat politieke
getouwtrek hier in Bamako zou men haast vergeten dat de helft van het land
bezet is en de islamitische politie in Timboektoe bijvoorbeeld met de hoogste
pet zwaait. En dan zou de CEDEAO ook nog militairen naar Bamako sturen om toe
te kijken op het goede verloop van de transitie. Nog iets waar de ex-junta
tegen is, amper een Malinees die daar voor kan zijn. We zijn er nog niet. Shit.
Ondertussen heb ik weer een weekje lesgegeven, een interim voor een leerkracht Engels op Lycée Liberté, de internationale Franse school, en voelde ik me in een teletijdsmachine. Alles is goed verlopen en iedereen was tevreden maar mijn hele zijn schreeuwde: dit wil ik niet. Ik begrijp hoe verknocht ik ben geraakt aan mijn zelfstandigen bestaan. Ik heb verdomd hard gewerkt de laatste jaren, dat wel, maar voor jezelf voelt dat anders. En de laatste weken geniet ik van een zelfstandigen bestaan zonder klanten. Verdomd relax is dat. En tegelijkertijd wordt hier Afrikaanse geschiedenis geschreven en bevind ik me er midden in. Boeiend, op zijn minst.
Maar facturen moeten betaald, brood moet op de plank. En bovenal wil ik deze fascinerende tijd wel vervolledigen met een interessante activiteit. Vorige week in de klas herinnerde ik me een gevoel dat ik een kleine tien jaar geleden ook in de kunsthumaniora had. Het verlangen om van plaats te wisselen met de leerlingen. Uitgaan. En vragen die opborrelen als: wie ben ik? Wat wil ik? En wat wil ik doen? Alsof je als 17-jarige meer recht zou hebben op deze vragen. Dat is dan bij deze ontkracht, ik geniet momenteel van beide.
Ondertussen heb ik weer een weekje lesgegeven, een interim voor een leerkracht Engels op Lycée Liberté, de internationale Franse school, en voelde ik me in een teletijdsmachine. Alles is goed verlopen en iedereen was tevreden maar mijn hele zijn schreeuwde: dit wil ik niet. Ik begrijp hoe verknocht ik ben geraakt aan mijn zelfstandigen bestaan. Ik heb verdomd hard gewerkt de laatste jaren, dat wel, maar voor jezelf voelt dat anders. En de laatste weken geniet ik van een zelfstandigen bestaan zonder klanten. Verdomd relax is dat. En tegelijkertijd wordt hier Afrikaanse geschiedenis geschreven en bevind ik me er midden in. Boeiend, op zijn minst.
Maar facturen moeten betaald, brood moet op de plank. En bovenal wil ik deze fascinerende tijd wel vervolledigen met een interessante activiteit. Vorige week in de klas herinnerde ik me een gevoel dat ik een kleine tien jaar geleden ook in de kunsthumaniora had. Het verlangen om van plaats te wisselen met de leerlingen. Uitgaan. En vragen die opborrelen als: wie ben ik? Wat wil ik? En wat wil ik doen? Alsof je als 17-jarige meer recht zou hebben op deze vragen. Dat is dan bij deze ontkracht, ik geniet momenteel van beide.
********************************
Nog over
het filmpje van vorige keer. Dat is Baba met Sira. Baba is geboren in een
griot-familie en vol overtuiging en doorzettingsvermogen op weg naar het worden
van een groot muzikant. Hij zal live te zien zijn in Slovenië als zijn
visum-aanvraag, morgen voor de vierde keer ingeleverd, deze keer wel aanvaard
wordt. (Heb een probleem met mijn foto-toestel vandaar mijn toevlucht tot
een webfoto.)
donderdag 19 april 2012
prioriteiten
De kinderen
volgen terug les en dat is goed nieuws. Ze gaan naar een school die gelieerd is
aan de internationale Franse school en volgen dezelfde instructies. Beide
etablissementen zijn opnieuw gestart maar met een serieus gedecimeerd aantal
leerlingen. Velen zullen het schooljaar in Europa afmaken. Ik heb gewoon een
zorg minder.
Wat blijft
dan nog over: de politieke situatie in Mali. We hebben sinds gisteren een
nieuwe eerste minister, Cheick Modibo Diarra, de eerste en enige Malinese (en
West-Afrikaanse?) astronaut, heeft meer in de Verenigde Staten geleefd dan in
Mali, directeur van Microsoft Afrika en slechts sinds een jaar deelnemer aan
het politieke leven. Hij heeft de eigenlijke macht in handen en de eenheid van
Mali bewaren (dus het probleem in het noorden oplossen) en transparante
verkiezingen organiseren binnen een afzienbare termijn horen zijn prioriteiten
te zijn. Bij de bevolking heerst een afwachtende houding.
Bedenkelijker is het nieuws dat de nacht voordien weer enkele hoge politici uit de nabije omgeving van de oud-president ATT werden opgepakt door de militairen, waar uit blijkt dat deze putchisten nog heel wat in pap te brokken hebben. Een reden voor deze arrestaties werd vooralsnog niet bekend gemaakt maar de internationale gemeenschap en de interim-president zijn er niet blij mee. En dan heb ik nog niets gezegd over het noorden. Wie weet eigenlijk nog wat daar exact aan het gebeuren is of welke stad in handen is van wie momenteel? Overal leest en hoort men over een humanitaire ramp.
In mijn
persoonlijke leven wordt dit alles overstegen door de vraag hoe het nu verder
moet. Tijd voor plannen en persoonlijke prioriteiten. Ik werd benaderd door een
rijke Malinees die samen een project wil opstarten, ik contacteer Belgische
kranten en tijdschriften om mijn schrijfsels te publiceren en ik heb straks een
afspraak met een interim-kantoor van een Française hier in Bamako. Bedenkelijker is het nieuws dat de nacht voordien weer enkele hoge politici uit de nabije omgeving van de oud-president ATT werden opgepakt door de militairen, waar uit blijkt dat deze putchisten nog heel wat in pap te brokken hebben. Een reden voor deze arrestaties werd vooralsnog niet bekend gemaakt maar de internationale gemeenschap en de interim-president zijn er niet blij mee. En dan heb ik nog niets gezegd over het noorden. Wie weet eigenlijk nog wat daar exact aan het gebeuren is of welke stad in handen is van wie momenteel? Overal leest en hoort men over een humanitaire ramp.
En
misschien volgt er deze week nog een doorslaggevende vergadering betreffende de
scheiding. Maar nu ben ik wel heel voorbarig.
donderdag 12 april 2012
madness and decadence in Bamako
En om enig idee te hebben wat ik zoal doe in mijn vrije tijd:
http://www.djennedjenno.blogspot.com ga naar: April 11
http://www.djennedjenno.blogspot.com ga naar: April 11
woensdag 11 april 2012
en verder
En
toen werd het een hel in het noorden. De
MNLA (zie vorig) nam in één weekend de helft van het land in en proclameerde de
onafhankelijkheid van de Azawad. De MNLA zijn seculiere Toeareg-rebellen en
eigenlijk ook maar een klein percentage van de bevolking in het noorden. Toen
kwam Ansar Dine, andere rebellen die niets geven om de onafhankelijkheid maar
de sharia in heel Mali willen invoeren, gesteund door AQMI, Al Quaeda in de
Magreb. Vandaag las ik dat er weer een andere beweging was opgericht in het
noorden, ik ben de tel kwijt geraakt maar lees dat ze met elkaar niet overweg
kunnen. Laat het ons hopen.
Een
katastroof in het noorden dus. Abou,
onze dierbare plaatselijke gids, vertelde hoe de straten leeg zijn in
Timboektoe. Geen markten, geen winkels, geen benzine en veel vernield. De
meeste vrouwen en kinderen gevlucht en zij die overbleven bedekt. De sharia
heerst er maar ook de onzekerheid, de onduidelijkheid, de angst. In Gao spreekt
met van schendingen van de mensenrechten terwijl we in Bamako gebukt gingen
onder het embargo van de CEDEAO. Gebukt is een groot woord want net zoals ik
vorige keer schreef, bleef het dagelijkse leven voornamelijk zijn gewone gang
gaan. Maar de spanning liep op. Alle westerlingen werd aangeraden het land te
verlaten en wat doe je dan als je dagelijks verschillende mensen over de vloer of
aan de lijn krijgt om afscheid te nemen? Wat me vooral bijblijft van vorige
week is hoe besmettelijk paniek is. Hoewel ik me sinds het begin van de
staatsgreep op geen enkel moment onveilig heb gevoeld, dat wil ik toch blijven
benadrukken, is het de angst van anderen die me op sommige momenten heel
zenuwachtig maakte. Gaan of blijven? Neem ik de verantwoordelijkheid om te
blijven met 3 kleine kinderen? Maar ik voel niet dat de tijd gekomen is om te
gaan. Mijn weerstand om te gaan is eerder in geen woorden te bevatten. Enkelen trachtten
me te overhalen en kregen een minder aangename, zeg maar afsnauwende kant van mezelf
te zien.
En dan, na
twee weken slechts nieuws van her en der in het land, kregen we eind vorige
week hoop. De junta ging officieel akkoord om de macht over te dragen en
onmiddellijk werd het embargo ingetrokken. Er moet nog véél gebeuren, laat dat
duidelijk zijn, maar laat het ook het begin van het einde zijn of beter het
begin van het begin. Er is hoop. Er wordt een transitie ingesteld, een eerste
minister zal de leiding nemen over het land tot en met de verkiezingen en moge
het gepalaver over de keuze van die persoon kort en bondig zijn. Malinezen die
met politiek begaan zijn hopen dat deze gebeurtenissen zullen leiden tot een
breuk met de oude politieke familie, beginnen met een schone en vooral minder
corrupte lei. Eens Bamako iets of wat functioneert, moet het noorden aangepakt
worden en dat beter morgenvroeg dan volgende week. En dan verkiezingen. Maar
ja, we durven hopen.
Maar we
zijn ook realistisch. Geen toerisme voor een tijd. De paasvakantie van de
kinderen was 2 weken naar voor geschoven omwille van de onzekere toestand. Ik
wacht met grote nieuwsgierigheid of de school weer opent volgende week. Als dat
het geval is – waar ik ten zeerste naar uitkijk – dan wordt het echt tijd voor
mij om een plan op te stellen.
donderdag 29 maart 2012
coup
Ik heb me voorgenomen meer structureel te werk te gaan dus
wanneer de kinderen Nederlandse school hebben op maandag- en woensdagnamiddag, instaleer
ik me op het terras van een nabijgelegen aangenaam hotel met zicht op de Niger
en schrijf. Zo ook vorige woensdag. De Nederlandse school had pas gemeld dat er
geen lessen zouden zijn die namiddag wegens onrusten in Kati, een garnizoensstad
15 km buiten Bamako. Ik had me weerom geërgerd aan die overdreven reactie. Na
een uurtje kreeg ik een sms van Aoua die thuis was met de kinderen: Ann, er
zijn schoten gehoord in de stad. Ik belde haar en ze had de schoten zelf
gehoord. We wonen op linkeroever vlak aan de rivier en nagenoeg net aan de
overkant ligt het centrum van de stad met het ORTM gebouw, de nationale
televisie en radio. Ik ben naar huis gegaan en heb ze zelf gehoord,
de schoten, gedurende twee dagen en twee nachten.
Het klinkt erger als je het zelf niet meemaakt. Ik heb me op geen enkel moment onveilig gevoeld. Wat begon als een muiterij in het leger mondde uit in een staatsgreep door ontevreden militairen. Ze komen in opstand tegen het onkundige beheer van ATT, Amadou Toumani Touré, tot dat moment de president van Mali. Zijn ambtstermijn liep op zijn einde, 29 april zou de eerste ronde van de presidentiële verkiezingen plaats vinden. Maar dat was niet zeker omwille van de problemen in het noorden. Dat is de prioriteit van de junta, een oplossing vinden voor het probleem in het noorden met de Toeareg-rebellen waarbij de eenheid van Mali bewaren voorop staat. Deze coup is ook een opstand tegen de grootschalige corruptie binnen de overheid en de legertop, en tegen de erbarmelijke toestand van de gezondheidszorg en het onderwijs.
Er moest iets gebeuren maar met een staatsgreep? Wie zal het zeggen. Woensdag werd aangemaand binnen te blijven en een avondklok werd ingesteld van 18 tot 6 uur. De scholen werden gesloten. We hoorden die eerste dagen vele schoten, bij ons in de buurt voornamelijk in de lucht maar bij het presidentiële paleis en aan een andere kazerne werd danig gevochten. Er werden winkels geplunderd en voornamelijk 4x4’s gestolen. Bandieten maakten misbruik van de situatie en stalen mee. Maar bijzonder is dat er verder geen burger werd geraakt. De doorsnee bevolking is tevreden; ATT werd al lange tijd sterk bekritiseerd en kapitein Sanogo, de leider van de junta, had de moed er iets aan te doen. Ik ging die woensdagavond met de kinderen een hoofdstraat die vlak bij ons huis loopt inspecteren – Samba wou soldaten zien en we zagen hoe voorbijrijdende en in de lucht schietende soldaten met applaus en vreugdevolle kreten aangemoedigd werden in een verder uitzonderlijk kalme hoofdstad.
Vanaf het weekend kreeg het dagelijkse leven stilaan zijn normale vorm terug. Maandag ben ik zelf naar de andere kant van de stad gereden en zag dat het ok was. Dinsdag gingen de banken en overheidsdiensten weer open en vandaag, woensdag, mochten de kinderen weer naar school. Er heerst rust in de stad of beter schijnrust. Want waar staan we nu? De hele internationale gemeenschap is tegen. De Malinese politieke klasse is tegen, de juridische wereld is tegen. En het volk is voor.
Malinezen zijn goedhartig en vredevol en ik durf nog steeds hopen dat ook op deze manier dit probleem zal opgelost worden. Het laatste wat we hier nodig hebben is oorlog. Maar het eerste dat het muitende leger in beslag nam was de nationale tv en radio en hun nieuwsberichten ruiken naar mijn gevoel net iets te propagandistisch. De junta beweert dat ze niet uit zijn op macht, maar iets willen doen aan de problemen bovenaan vermeld en dan verkiezingen willen organiseren waar ze zelf niet aan zullen deelnemen. Zeggen ze.
Aan de hoeveelste doodssteek voor het Malinese toerisme zitten we nu? Ik stel mijn cv op en zoek werk. In Bamako voor de duidelijkheid want terugkeren doe ik vooralsnog niet. Alle tips zijn welkom.
Het klinkt erger als je het zelf niet meemaakt. Ik heb me op geen enkel moment onveilig gevoeld. Wat begon als een muiterij in het leger mondde uit in een staatsgreep door ontevreden militairen. Ze komen in opstand tegen het onkundige beheer van ATT, Amadou Toumani Touré, tot dat moment de president van Mali. Zijn ambtstermijn liep op zijn einde, 29 april zou de eerste ronde van de presidentiële verkiezingen plaats vinden. Maar dat was niet zeker omwille van de problemen in het noorden. Dat is de prioriteit van de junta, een oplossing vinden voor het probleem in het noorden met de Toeareg-rebellen waarbij de eenheid van Mali bewaren voorop staat. Deze coup is ook een opstand tegen de grootschalige corruptie binnen de overheid en de legertop, en tegen de erbarmelijke toestand van de gezondheidszorg en het onderwijs.
Er moest iets gebeuren maar met een staatsgreep? Wie zal het zeggen. Woensdag werd aangemaand binnen te blijven en een avondklok werd ingesteld van 18 tot 6 uur. De scholen werden gesloten. We hoorden die eerste dagen vele schoten, bij ons in de buurt voornamelijk in de lucht maar bij het presidentiële paleis en aan een andere kazerne werd danig gevochten. Er werden winkels geplunderd en voornamelijk 4x4’s gestolen. Bandieten maakten misbruik van de situatie en stalen mee. Maar bijzonder is dat er verder geen burger werd geraakt. De doorsnee bevolking is tevreden; ATT werd al lange tijd sterk bekritiseerd en kapitein Sanogo, de leider van de junta, had de moed er iets aan te doen. Ik ging die woensdagavond met de kinderen een hoofdstraat die vlak bij ons huis loopt inspecteren – Samba wou soldaten zien en we zagen hoe voorbijrijdende en in de lucht schietende soldaten met applaus en vreugdevolle kreten aangemoedigd werden in een verder uitzonderlijk kalme hoofdstad.
Vanaf het weekend kreeg het dagelijkse leven stilaan zijn normale vorm terug. Maandag ben ik zelf naar de andere kant van de stad gereden en zag dat het ok was. Dinsdag gingen de banken en overheidsdiensten weer open en vandaag, woensdag, mochten de kinderen weer naar school. Er heerst rust in de stad of beter schijnrust. Want waar staan we nu? De hele internationale gemeenschap is tegen. De Malinese politieke klasse is tegen, de juridische wereld is tegen. En het volk is voor.
Malinezen zijn goedhartig en vredevol en ik durf nog steeds hopen dat ook op deze manier dit probleem zal opgelost worden. Het laatste wat we hier nodig hebben is oorlog. Maar het eerste dat het muitende leger in beslag nam was de nationale tv en radio en hun nieuwsberichten ruiken naar mijn gevoel net iets te propagandistisch. De junta beweert dat ze niet uit zijn op macht, maar iets willen doen aan de problemen bovenaan vermeld en dan verkiezingen willen organiseren waar ze zelf niet aan zullen deelnemen. Zeggen ze.
Aan de hoeveelste doodssteek voor het Malinese toerisme zitten we nu? Ik stel mijn cv op en zoek werk. In Bamako voor de duidelijkheid want terugkeren doe ik vooralsnog niet. Alle tips zijn welkom.
maandag 5 maart 2012
breek de cyclus
Weerom een stuk dat ik enkele maanden geleden schreef en alsnog post, later meer over de actuele gang van zaken:
Er is veel te zeggen over de situatie van de vrouw in Mali. Ze dragen de hele maatschappij, zijn veelal besneden en gearrangeerd gehuwd met mannen die zich superieur wanen - een idee dat vrouwen mee helpen in stand houden.
Ik repliceer graag dat achter de sluier van onderdanigheid behoorlijk zelfbewuste dames schuilen die hun zaakjes mooi regelen. Het is ergens waar, maar dan lees ik de studie van de Zweedse Asa en Sophie die hier logeerden, en begrijp ik dat er pogingen bestaan om de situatie van de vrouw in kaart te brengen, haar rechten, haar rol in de maatschappij en mogelijkheden tot ondernemen en bezit en deze zelfs te meten. Resultaat is dat - het kan me niet verbazen - Mali ergens onderaan bengelt.
Er zijn vrouwen die de weg naar emancipatie durven nemen en er zijn reactionaire vrouwen die deugdzaamheid en onderdanigheid als het hoogste goed doorgeven aan hun dochters. Ik maak het mee met onze dierbare Aoua. Sinds anderhalf jaar woont ze bij ons in. De kinderen zijn dol op haar en omgekeerd. Ik apprecieer haar enorm en we hebben interessante gesprekken.
We hadden het ooit over het vermogen tot lijden. Een vrouw die veel geleden heeft is een goede vrouw hier, dat wist ik al. Als je als moeder veel geleden hebt, zullen je kinderen het goed hebben. Een moeder raadt haar dochter in een vreselijk huwelijk aan: "Verdraag het, mijn kind, het is je man." Aoua vindt de woorden van mijn moeder van enkele jaren geleden - ze refereerde ook aan mijn huwelijkse situatie - ondenkbaar: "Ann, dit ga je de rest van je leven toch niet verdragen?"
Met trots zegt Aoua dat het religie is die deze overtuiging in stand houdt. Ze is diepgelovig en tegelijkertijd heel intelligent. Het paradijs dat haar te wachten staat in het hiernamaals zalft de wonden op aarde. Ik leg haar uit dat je zo de cyclus der lijden in stand houdt. Haar overgrootmoeder heeft het haar grootmoeder voorgedaan en zij zal het haar dochter leren.
Men heeft me hier dikwijls aangespoord om vol te houden, omwille van de kinderen bijvoorbeeld. Ik antwoordde dat ik er omwille van de kinderen uitstap. Ik toon mijn dochters niet het voorbeeld van een lijdende moeder. Ik breek de cyclus.
Abonneren op:
Posts (Atom)

