dinsdag 17 mei 2011

Congo

Ik las net Congo van David Van Reybrouck en ben onder de indruk. Van zijn eruditie, van zijn schrijfstijl, zijn humor, zijn inzicht. Bij het lezen zag ik hem voor me in de universiteitsbibliotheek van Letteren en Wijsbegeerte in Leuven, zo’n 16 jaar geleden moet dat geweest zijn. Ik werkte aan mijn thesis kunstwetenschappen en hij aan die van hem voor archeologie, meen ik. We zijn van hetzelfde jaar. Hij kende Peter en zijn vrienden, drie jaar voordien afgestuurd aan dezelfde richting. Peter en ik hadden elkaar net gevonden, we moeten toen nog gedacht hebben dat het voor eeuwig zou zijn.

Waarom herinnert men zich sommige eenmalige gesprekken en andere niet? Het gesprek met David haal ik me zo voor de geest. Wat me trof was ten eerste zijn nieuwsgierigheid, niet op een oneerbiedige manier – en deze opmerking is een gevolg van mijn Afrikaanse jaren, nieuwsgierigheid is niet goed, een kind dat te veel vragen stelt is onbeleefd en kent geen respect – gewoon een geboeidheid en interesse. Vervolgens zijn meticuleuze aanpak bij het verzamelen en vooral bijhouden van informatie. Verschillende vooraf gemaakte fiches lagen voor hem waarop ongetwijfeld nauwkeurig zijn bevindingen terechtkwamen.
Zo moet hij ook voor Congo te werk zijn gegaan, dacht ik telkens. De weetgierigheid, de empathie, het willen begrijpen van een stukje continent dat ook het mijne is geworden of het dat ergens al lang was.

Nog iets wat ik me herinner van mijn opleiding in Leuven is dat bij het studeren van de cursussen geschiedenis – we hadden verplicht ook geschiedenis van de middeleeuwen, nieuwe en nieuwste tijd – het hoofdstuk dat me het meest boeide datgene was dat helemaal op het einde kwam en het dagelijkse leven behandelde. Een onderwerp dat rijkelijk aan bod komt in ‘Congo’. En wat hij schrijft over het dagelijkse leven in Congo geldt dikwijls ook voor het dagelijkse leven in mijn eigenste Mali. In beide landen gaat het uiteraard over armoede en wat dat met een mens doet, met zijn gedrag, zijn denken, zijn omgaan met de dagdagelijkse realiteit. Congo, met die bijzonder rijke bodem, kent een onwaarschijnlijke geschiedenis die uitmondt in de armoede van de Congolees. En in Mali? Mali moet één van de veiligste landen in Afrika zijn, niet? (Ik zou het graag bij Sarkozy persoonlijk gaan declameren.) Blijft over, een bijzonder arme ondergrond (en laat ons maar gewoon hopen dat ‘ze’ niet naar petroleum beginnen boren), een snuifje corruptie en een wolkje wanbeheer. Is het dan toch allemaal de fout van de Afrikanen zelf en daarvoor van de kolonisator en daarna van de internationale politiek en zakenlui?

Maar het is veel ingewikkelder dan dat, hé David. Kom ook eens in Mali een kijkje nemen, het is een boeiend land, echt waar!